U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Andreas Feininger (1906-1999) Feiningers werk wordt gedomineerd door een tweetal thema's: beelden van de stad en onderwerpen uit de natuur. De foto's die hij maakte in zijn woonplaats New York behoren tot de klassiekers van de fotogeschiedenis. De architectuur van deze metropool de skyline van Manhattan, de wolkenkrabbers en verhoogde spoorlijnen en de mensenmassa's in de stad, keren steeds terug in zijn werk.Uit de natuurstudies die Feininger maakte spreekt eenzelfde enthousiasme als uit zijn New Yorkse foto's. De minutieus gedetailleerde beelden van insecten, bloemen, schelpen, hout en steen, verlenen de natuurlijke vormen een architecturale kwaliteit. De sterke compositie van zijn foto's verleent de microkosmos monumentale proporties.Feininger werkte jarenlang voor het tijdschrift LIFE waar hij deel uitmaakte van de beroemde groep fotografen die de reputatie van het blad als pionier op het gebied van de fotoreportage vestigden.

Maak je geen zorgen over de regels.

Andreas Feininger, beroemde fotograaf voor Life, (gestorven in 1999) had hier al over nagedacht in zijn boek “Principles of Composition” (Principes van compositie). Kan mij in zijn zienswijze heel goed vinden. Hier zijn een aantal van zijn ideeën:
De weinige regels van compositie zijn alleen aanvaardbaar als richtlijnen, heel wat terechte uitzonderingen kunnen voorkomen. Soms is het breken van de regels een manier om een goede foto te verkrijgen. Natuurlijk is dit pas waar als, en alleen als, de fotograaf zich bewust is van wat hij doet. Dus, dit is hoe Feininger in zijn boek veel academische regels afbreekt:

1. De gulden snede volgen (en dat wil zeggen: de regel van derden, m.a.w. het onderwerp plaatsen op 1/3 van de ene rand van de foto wat zorgt voor vrede en harmonie) kan saai zijn.
2. De S-vormige curve is één van de meest herhaalde patronen.
3. De theorie van de “richtlijnen”, die het oog van de kijker naar het belangrijkste onderwerp leiden, is onjuist, zoals blijkt uit wetenschappelijke studies. Het oog detecteert in één keer het meest interessante deel van de foto. Maar wat de fotograaf het belangrijkste vindt in de foto valt niet altijd samen met de focus van de waarnemer.
4. Composities gebaseerd op driehoeken, diagonalen en andere geraffineerde geometrische figuren bestaan alleen in de hoofden van de fotografen die dit hebben uitgevonden. De academische waarnemer die vrij is van vooroordelen heeft lak aan dit soort regels.
5. De horizon mag nooit de foto in tweeën delen, om een monotone (saaie) foto te voorkomen. Maar wat nou als een fotograaf gewoon het idee van verveling wilde vastleggen?
6. Beweging en actie moeten altijd van links naar rechts gaan, volgens de normale leesrichting. Fout: Joden en Arabieren lezen van rechts naar links!
7. De ruimte voor het voorwerp moet groter zijn dan die erachter. Dat is niet altijd waar: bijvoorbeeld een lopend persoon, geplaatst naar de rand van het beeld in de richting van de beweging, geeft een indruk van aankomst, en dit is belangrijk wanneer je sportevenementen fotografeert (zoals atletiekwedstrijden).
8. In het portret, als het onderwerp naar de camera kijkt, laat je meer ruimte open in de richting van zijn ogen. Fout: overtreding van deze regel kan de foto een bepaalde spanning geven.
9. De lichte delen van een foto springen meer in het oog meer dan de donkere. Fout: een donkere vorm met goed gedefinieerde grenzen, in een groot en helder gebied, trekt meteen de aandacht.
10. Herhaling en ruimtelijke frequentie van dergelijke elementen kunnen interessante patronen produceren. Fout: er is geen reden waarom een raster of een reeks van vele identieke en oninteressante objecten beter is dan één object als onderwerp.
Anderzijds, aldus Feininger in zijn boek, zijn er ten minste drie regels waarin hij nooit een uitzondering heeft gevonden:
1. De kleine witte gebieden van het onderwerp of van de achtergrond in de buurt van de randen van de foto geeft de indruk van een afdruk “aangevreten door ratten”. Deze gebieden dienen te worden verbrand (zwart) in de donkere kamer (of afgesneden).
2. Curves en ronde vormen mogen nooit de randen van de foto raken, maar moet dapper worden uitgesneden, zodat een niet te verwaarlozen deel van de curve buiten beeld blijft.
3. De rechte lijnen moeten niet eindigen in een hoek van de foto, maar op een bepaalde afstand daarvan.

Andreas Feininger

© 2014. Stefs Website. All Rights Reserved.